De darm en de hersenen staan voortdurend met elkaar in verbinding: via zenuwbanen, via het immuunsysteem, via hormonen en via stoffen die door darmbacteriën worden geproduceerd.[1][3]
Onderzoek suggereert dat veranderingen in het darmmicrobioom kunnen samenhangen met stemming, stressgevoeligheid, cognitieve functies en bepaalde psychische aandoeningen.[5][8] Het darmmicrobioom kan onder meer invloed hebben op de beschikbaarheid van stoffen die betrokken zijn bij de aanmaak en regulatie van neurotransmitters.[9] Dit is een complex onderzoeksgebied waarin nog veel onduidelijk is.[7]
Een darmmicrobioomanalyse stelt geen diagnose en kan psychische of psychiatrische aandoeningen niet vaststellen of uitsluiten.[5][10]
